• Home
  • ABOUT THIS WEBSITE
  • Geschiedenis van Norderney
  • Focken
  • Müller

Mijn Oostfriese Roots

Mijn Oostfriese Roots

Categorie Archief: Müller

THE LAST POST

05 zaterdag nov 2022

Posted by Dochter van het Noorden in Müller

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Conrad Müller

(To read in English, please scroll down)

Sand Pass, Washoe County, Nevada, Verenigde Staten van Amerika Zaterdag 17 augustus 1918

Het is een uur of elf in de ochtend als Conrad Müller het voor gezien houdt. Sinds de vroege ochtend is hij al aan het werk op de velden. Hij vindt het genoeg voor vandaag en pakt zijn spullen bij elkaar om naar huis te gaan. Naar huis…. Dat is sinds zes jaar het stuk land dat hij in de zomer van 1912, samen met zijn kameraad, hier in Washoe County heeft gekocht. Hij werkte destijds in Coalinga, California, en was blij zijn eigen baas te kunnen worden en niet langer voor iemand anders te hoeven werken. Ze kochten, om te beginnen, vier paarden, een koe en ongeveer 200 kippen en gereedschappen om hun land mee te bewerken. Daarmee was het geld wel op. Terwijl zijn kameraad alvast naar hun stuk land vertrok, bleef hij, Conrad, nog een tijdje in Coalinga werken om extra geld te verdienen waarvan zij, bijvoorbeeld, aardappelen zouden kunnen kopen.

Het is hard werken op de ranch maar dat vindt Conrad niet erg. “Ik ben goed in tuinieren”, schreef hij aan zijn broer Johann, mijn grootvader. “Dat is wat ik heb geleerd. Daar kan ik wel wat geld mee verdienen. En misschien kan ik dan eens over komen en jullie weer zien”

Ook moet er regelmatig worden gejaagd om de vleesvoorraad op peil te houden. Bovendien leveren de dierenhuiden ook weer wat geld op. Conrad houdt van jagen. Daar schrijft hij vol trots over aan zijn broer Johann en vertelt dan hoeveel dieren hij heeft geschoten of gevangen. Zie je hem gaan? Een lange, slanke man met blauwe ogen en lichtbruin haar, met een energieke lange pas de bergen in, geweer en jachttas over de schouder en later terug naar huis met een hert of ander dier op zijn rug. Misschien heeft hij deze ochtend in augustus 1918 met eenzelfde lange pas de weg naar huis genomen waarbij hij de ranch van de familie Mott passeerde. Waarom hij naar het huis van de Mott’s is gegaan zullen we nooit weten maar het feit ligt er dat hij dat heeft gedaan. Conrad, geboren en getogen in Nederland, geboren uit Duitse ouders, in het Amerika van 1918 waar Amerikanen en Duitse immigranten steeds meer elkaars vijanden waren geworden. Conrad, door wie de Mott’s zich bedreigd voelden omdat hij, volgens hen, pro-Duits was en hun iets wilde aandoen.

Of dit waar is weten we niet. Wat we wel weten is dat hij, Conrad, die ochtend naar het huis van de Mott’s is gelopen, dat Roy Mott de deur heeft geopend en Conrad, die ongewapend was, zonder pardon door het hart heeft geschoten. Op 17 augustus 1918 is mijn oudoom Konraad Müller (Conrad Muller) vermoord, slechts 31 jaar oud. Zijn familie heeft dit nooit geweten.  Zijn lot is hen nooit ter ore gekomen. Zijn brieven kwamen niet meer, hun brieven werden niet meer beantwoord. Hun zoon, broer en oom was eenvoudig in de wildernis verdwenen.

De familie

Konraad Müller wordt op 26 november 1886 geboren in Sappemeer, Groningen, Nederland. Hij is het vierde kind van Folkert Müller en Anna Focken. Folkert en Anna zijn allebei in Leer, Oostfriesland, Nedersaksen, Duitsland, geboren. Op 24 oktober 1880 trouwen ze in Leer en het is daar dat hun eerste twee zoons, Brune Conrad en Johann (mijn grootvader), worden geboren. Op 9 november 1883 verhuist het gezin Müller-Focken naar Sappemeer, Groningen, Nederland. Op 31 december staan ze ingeschreven op het adres Noordbroeksterstraat (buiten de kom) in Sappemeer. Alle andere kinderen zijn in Sappemeer geboren, van wie er twee levenloos ter wereld zijn gekomen. Vader Folkert verdient de kost als papiermaker. Van moeder Anna weten we eigenlijk niets maar ik kan me voorstellen dat ze haar handen vol had aan het huishouden en het verzorgen en grootbrengen van de kinderen. Op 13 december 1901 verhuist het gezin van Sappemeer naar Oude Pekela waar Folkert nog steeds papiermaker is. Op 23 februari 1904 is moeder Anna aldaar overleden. Ze is begraven op de Algemene Begraafplaats in Oude Pekela.

Ik heb het gevoel dat het gezin vanaf dat moment uit elkaar is gevallen Folkert Müller Sr. vertrekt op 17 mei 1910 vanuit Oude Pekela naar Dortmund. In 1912 vinden we hem in Emden en tien jaar later in Oldenburg. Hij is dan geen papiermaker meer maar tehuisbewaarder. Folkert is in 1939 in Oldenburg overleden.

Dat de meisjes in Oldenburg zijn terechtgekomen weten we heel zeker. Regelmatig gingen wij bij onze oudtantes op bezoek en vooral tante Marie kwam ook regelmatig bij ons in Nederland op bezoek.

De jongens zijn, voor zo ver wij weten, in Nederland gebleven, behalve Konraad.

De oudste, Brune Conrad, trouwt in 1905 met Aachtje Kremer. Ze vestigen zich in Sappemeer en het is hier dat hun eerste vijf kinderen worden geboren. Brune verdient de kost als timmerman. In 1914 wonen ze in Hoogkerk. Daar wordt namelijk hun dochter Klasina geboren. Brune is dan zichter van beroep.

Op 9 oktober 1916 vertrekt de familie naar Voorburg. Daar worden de laatste drie kinderen geboren. Brune staat nu te boek als bouwkundige. Hij werkte bij de BAM en is o.a. betrokken geweest bij de bouw van het oude ziekenhuis in Leiden. Wat opmerkelijk is, is dat de familie zeer verhuislustig is. Iets wat we ook terug zien bij Brune’s kinderen en ook bij zijn broer Folkert Jr. Dit kan te maken hebben met de aard van hun beroep. Je ging wonen waar werk was, ook al betekende dat dat je in dezelfde plaats van het ene adres naar het andere moest verkassen.

Brune en Aachtje hebben het verdriet gekend drie kinderen te verliezen. Hun zoontje van vier overleed toen ze nog in Sappemeer woonden. In de herfst van hun leven verliezen ze hun zoon Folkert van 50 en dochter Anna van 63 jaar oud. Na het overlijden van Aachtje Kremer in 1970 verliest Brune Conrad ook nog zijn zoon Berend in 1971. Brune overlijdt op 94 jarige leeftijd in 1975, in Den Haag.

Johann, mijn opa, is van augustus 1901 tot november 1905 als smidsknecht in Vries, Drenthe, te vinden. Hij woont in bij Jan Harmsen die smid is. Waarschijnlijk is opa bij deze Harmsen in de leer geweest. In november 1905 vertrekt opa vanuit Vries naar Oude Pekela waar zijn vader op dat moment nog werkzaam is als papiermaker. Het is mogelijk dat Johann, waarschijnlijk samen met zijn broer Folkert Jr., in 1910 naar Slochteren is verhuisd. Op de trouwakte van mijn grootouders van 25 mei 1912 lezen we namelijk dat Folkert Jr. getuige is en op dat moment woonachtig is in Slochteren. Ook is een oom van Johann getuige, zijn vaders broer Conrad, die ook in Slochteren woont. Het is dus goed mogelijk dat opa en broer Folkert in Slochteren zijn gaan wonen bij hun oom toen hun vader in 1910 naar Duitsland terugging. Oma woonde ook in Slochteren en zo zullen opa en oma elkaar wel hebben ontmoet.

Opa en oma zijn na hun huwelijk in Sappemeer gaan wonen. Daar zijn hun drie kinderen geboren onder wie mijn moeder. Opa had zijn smederij en oma haar winkeltje. Over opa zijn leven zal ik een apart verhaal schrijven.

Van Folkert jr. is bekend dat hij in 1912 in Slochteren woont. Op 9 oktober 1916 vertrekt ook hij, netls zijn oudste broer Brune Conrad, naar Voorburg. Hij is uitvoerder betonwerken van beroep. In februari 1921 duikt hij op in Ede en na zijn huwelijk met Neeltje Deurloo, in juli 1921, keert hij terug naar Den Haag waar hun zoon Folkert de derde op 28 december van dat jaar wordt geboren. In 1935 woont het gezin Müller-Deurloo nog steeds in Den Haag. Daar zullen ze blijven tot het overlijden van Neeltje in 1969. Hun enige zoon, Folkert III, woont inmiddels in Zevenaar. Folkert bouwt een huis naast dat van zijn zoon en waar hij in 1970 gaat wonen. Folkert overlijdt in 1981.

Broer Hinderk is op 17 mei 1910 van Oude Pekela terug naar Sappemeer gegaan. Op 14 oktober 1920 wordt hij in Ede, Gelderland, ingeschreven. Hij is in 1924 met Kunnechiena Keizer getrouwd. Zij hebben hun hele verdere leven in Ede gewoond en zijn daar ook allebei overleden. Hun dochter Giene kwam regelmatig bij mijn moeder op bezoek, o.a. op haar verjaardag. Ik was toen helaas nog niet met familieonderzoek bezig, anders had ik wel beter opgelet en vragen gesteld. Om eerlijk te zijn heb ik lang gedacht dat Giene een nicht van mijn moeder was van haar Knapper kant, de familie van oma. Dat bleek later dus niet zo te zijn. En nu is het te laat om vragen beantwoord te krijgen. Pogingen om met Giene’s zoons in contact te komen zijn tot op heden mislukt.

De avonturier

Op 27 april 1907 vertrekt het zeilschip Altair, onder gezag van kapitein John Hughes, bij zwaar weer uit Rotterdam. Aan boord bevindt zich een lading van 12.000 vaten cement en 1.522.000 kilo cokes. De Altair is een viermaster die in 1890 op de scheepswerf van W.H. Potter & Sons in Liverpool is gebouwd voor de rederij Boyes & Ruyter in Bremen. Het schip vertrekt echter onder Engelse vlag aangezien zij voor 27 april 1907 voor ongeveer $9000 is verkocht aan Lewis, Heron & Co. in Londen. Na vertrek uit Rotterdam neemt de wind steeds meer in kracht toe en van 29 april tot 4 mei wordt het schip regelmatig door zware stormen getroffen waarbij het ernstige averij oploopt. Stoomleidingen breken en bouten in de hoefijzerplaat bij de achtersteven raken verloren waardoor het schip water maakt. Door gebruik te maken van het cement aan boord worden de lekkages verholpen en met inzet van scheepspompen kunnen zij het niveau van het water dat in het ruim is gestroomd terugbrengen naar 15 centimeter. De Altair is een stalen schip en dat het lek niet ernstiger is geworden, is grotendeels te danken aan het gezonde verstand en de vindingrijkheid van kapitein Hughes. Op 29 juni komt de Altair wederom in zwaar weer terecht en daarbij raakt zij een van de chronometers kwijt. Nog maar net bekomen van deze tegenslag komt zij op 1 juli terecht in een zuidwesterstorm waarbij de kompasbrug verloren gaat. Na een reis van 144 dagen komt de Altair op 18 september 1907 met zware averij aan in SanFrancisco, California. The San Francisco Call, September 19, 1907

Een van de matrozen die deze reis heeft meegemaakt is Conrad Müller. Met $30 op zak gaat hij van boord in San Francisco om vervolgens van de radar te verdwijnen. In het scheepsmanifest is hij dan ook aangemerkt als “deserteur”. Dit is wat er vaker gebeurde. Mensen die geen geld hadden om de overtocht te betalen scheepten zich in als matroos om vervolgens ongeregistreerd Amerika binnen te komen. De schepen die deze mensen vervoerden worden wel Tramp Steamers genoemd. Het is dan ook vaak moeilijk te achterhalen waar iemand aan land gekomen is. Dat wij het scheepsmanifest van de Altair hebben gevonden met daarop de naam van Conrad mag je dan ook wel een wonder noemen.

Wat zich tussen september 1907 en mei 1912 heeft afgespeeld weten we niet. Er is contact met de familie in Nederland geweest via brieven anders had Conrad nooit kunnen weten dat zijn broer Johann op 25 mei 1912 ging trouwen. In zijn brief van 24 mei 1912 schrijft hij: “Waarde broer, Ik heb je brief ontvangen en gelezen dat je morgen gaat trouwen. Dat wordt voor jou een hele feestdag. Ik heb ook een brief van Berend en Folkert gekregen. Berend stuurde mij een portret van zijn kinderen. Nou Johan, zoveel kinderen moet je maar niet krijgen. Dat is veel te veel. Een of twee is wel genoeg.”

Deze brief schreef hij vanuit Coalinga, California. Ook in de zomer van 1912 komt er een brief vanuit Coalinga naar Sappemeer in Nederland. Daarin vertelt Conrad dat hij samen met zijn kameraad een stuk land heeft gekocht van 5280 vierkante voet = een vierkante mijl. Ze hebben vier paarden gekocht, een koe en ongeveer 200 kippen. Verder gereedschappen die nodig zijn om het land te bewerken. Conrad is blij dat hij niet langer voor een baas hoeft te werken maar binnenkort zijn eigen baas zal zijn. Zijn kameraad vertrekt alvast naar het stuk land. Conrad blijft achter in Coalinga om nog wat geld te verdienen. Hij is van plan in april van het volgend jaar, 1913, te volgen. Dat gebeurt echter niet. Het is rond maart 1914 dat hij California verlaat en in Nevada gaat wonen.

“Home means Nevada” Home means Nevada, Home means the hills, Home means the sage and the pines. Out by the Truckee’s silvery rills, Out where the sun always shines. Dit zijn regels uit het refrein van het lied dat is geschreven en gecomponeerd door Bertha Raffetto en in 1932 door de staat Nevada als haar volkslied is geadopteerd. Het Spaanse woord Nevada betekent “met sneeuw bedekt”. Wel een heel opmerkelijke naam voor een staat die bekend is vanwege haar woestijn en zeer droge klimaat. Heel waarschijnlijk heeft Nevada haar naam te danken aan de Sierra Nevada, een met sneeuw bedekte bergketen.

Brieven van Conrad aan zijn broer Johann (Mijn, Tinah’s, grootvader)

Sand Pass, 8 juni 1914 “Waarde Broer en Zuster, Ik kan u berichten dat ik nog steeds gezond ben. Ik hoop van u hetzelfde. Ik heb u al lange tijd niet geschreven en vond dat ik weer eens iets van me moest laten horen. Ik ben op het ogenblik aan het werk op mijn eigen land. Ik ben hier nu sinds drie maanden. Wij hebben 50 zakken aardappelen geplant, 2 zakken mais gezaaid en nog wat zaken. Wat er van terecht komt moeten we afwachten maar, ik ben nu in elk geval mijn eigen baas en dat is heel wat waard, nietwaar. Ik kan werken zoals ik dat wil. Ik ben de hele week op jacht geweest en heb geprobeerd een paar jonge reebokken te vangen. Maar dat valt niet mee. Die zijn watervlug. De ouwe kan ik wel schieten. Ik stuur een ansichtkaart mee waarop mijn kameraad en ik staan met een reebok op onze rug. Ziet er mooi uit he. Maar als je ze drie tot vier uur moet dragen, berg op en af, dan is dat zwaar werk hoor. Ze wegen 130 tot 190 pond. Gisteren was ik alleen op pad en heb ik negen wilde kippen geschoten. Dat zijn grote beesten van acht tot negen pond per stuk. Ja jongen, we eten hier niets anders dan wild. We kopen nooit vlees. Een paar dagen geleden heb ik een vos gevangen. Ik had hem bij zijn nek en toen greep hij mijn vinger en beet hem er bijna af. Maar ik heb hem doodgeslagen. Mijn vinger is nog niet helemaal in orde. Ja Johan, hier hadden we vroeger moeten zijn, toen we nog kwajongens waren. Dan hadden we vogels en andere dieren kunnen vangen. Maar vergis je niet. Het is zwaar werk om ze te pakken te krijgen, om de hoge bergen te beklimmen. Morgenochtend ga ik weer op pad want ik wil een paar van die reebokken hebben. Om dat te doen moet ik 3000 voet (914,4 meter) de berg op wat aardig hoog is hoor. Soms ga ik samen met mijn hond ’s ochtends om vijf uur de deur uit en kom ik ’s avonds laat weer thuis. Soms blijf ik de hele nacht weg en kom ik de volgende dag weer terug. Dit is alles voor nu. Schrijf me maar weer eens terug en vertel me hoe het met je vrouw en meisje gaat. Gegroet van uw broer Conrad”

Sand Pass, 28 juli 1914 “Ik ben nog steeds op mijn eigen land aan het werk maar ik verwacht er deze zomer niet veel geld mee te kunnen verdienen. Nu Johan, ik zou graag eens van u willen horen. Ik heb hier diamanten die ik graag zou willen laten snijden. Dus als je me een berichtje wilt sturen dan kan ik je een doosje vol toesturen en kun je er 1 of 2 laten snijden waar we misschien geld van kunnen maken. Het zal niet zoveel kosten om ze te laten snijden, 5 of 6 cent per stuk geloof ik. Ik had hier eens een papier van Amsterdam waar de prijzen in stonden maar dat ben ik kwijt. Wil je me Bruno’s adres ook toesturen. Ik heb hem rond de kerstdagen geschreven maar nog niets van hem gehoord”. Opmerking: broer Brune woont in 1914 niet meer in Sappemeer maar in Hoogkerk.

Sand Pass, 24 oktober 1914 “Ik heb uw brief in goede gezondheid ontvangen. Ik heb de diamanten, of stenen zoals wij ze hier noemen, naar u toegestuurd. Laat er maar eens een paar snijden. Dan kun je ze in een ring zetten of zoiets. Als je ze laat snijden, vraag dan eens naar de naam van de stenen. En vraag wat het kost om ze te laten snijden. Geef er ook maar een paar aan Bruno. Wie weet kunnen we er wat geld van maken. Ik heb hier een zak vol. Vandaag ben ik op jacht geweest en heb ik 12 wilde kippen en 4 konijnen geschoten. Die wilde kippen zijn bijna net zo groot als kalkoenen. Er zijn er heel veel, wel honderden hier in het bos. Ze wegen zo’n 7 tot 9 pond. Ik had 65 pond vlees dus we hebben weer voor een paar dagen te eten. We eten veel vlees. Vorige week hadden we 82 pond en dat was vandaag op. Dus je ziet dat we er goed van eten. Ik zag ook nog 8 reebokken maar ik had het verkeerde geweer bij me anders had ik ook nog een van hen meegenomen. We moeten zien dat we onze vaten vol vlees krijgen voor de volgende zomer. “s Winters kan men niet zo goed jagen. Ik heb gelezen dat je ook weleens wilde overkomen. Dat zou ik ook graag willen. Maar ik kan je niet beloven dat je hier je kost kunt verdienen. Het gaat hier op het ogenblik erg slecht vanwege de oorlog. Maar als je genoeg geld hebt om over te komen en nog een paarhonderd dollar extra dan zou je hier op ons land een huisje kunnen bouwen. Ik zou werk voor je kunnen zoeken maar ik heb geen geld hoor. Dat komt wel weer goed, daar ben ik niet zo bang voor. Jij bent een goede smid dus je zou hier 5 dollar per dag kunnen verdienen, dat is 12,5 gulden. Met een beetje geluk kun je hier goed geld maken. We hebben er een veulentje bij gekregen. Het is pas een maand oud. Dus dat is over 3 tot 4 jaar weer een mooi werkpaard. Sand pass, Washoe Co, Nevada P.S. Je vroeg of je mijn geld van de spaarbank mocht halen. Ja jongen, doe dat maar. Dat zou ik graag willen hebben”.

Sand Pass, 28 februari 1915 “Ik heb uw brief in goede gezondheid ontvangen en ook het portretje van uw dochter. Het is een mooi jong meisje. Iedereen die ik het laat zien zegt dat ze een mooi meisje is. Je zult er wel blij mee zijn. Ik geloof dat ik maar eens moet overkomen om ook een vrouw te krijgen want hier in de buurt zijn er niet veel. En die er zijn, zijn te jong voor mij. Of,niet te jong voor mij maar ik ben te oud voor hen. Na de oorlog zullen er wel meisjes en weduwen in Duitsland zijn want ik heb in de krant gelezen dat er al 2 miljoen mannen zijn doodgeschoten en dat zijn er heel veel. Ik ben blij dat ik hier ben. Als ik hier nog niet zou zijn geweest had ik er wel voor gezorgd heel snel hierheen te zijn gegaan want ik wil nog jaren leven. Ik kom niet op voor mijn vaderland. Dat baantje geef ik graag weg aan anderen. Er komt alleen maar verdriet van. Ik heb nu al 36 wolven gevangen en 7 wildekatten. Gisteren had ik een kat in de val van 83 pond. Dat zijn dikke katten hoor. Die verscheuren zo een schaap. Ik was aan het ploegen met 6 paarden voor de ploeg maar het is te nat. Het regent vandaag. En omdat ik niet kon ploegen dacht ik, ik moest u maar eens schrijven. We hebben een groot dansfeest hier in huis gehad. We hadden veel plezier. De hele nacht hadden we hier 73 mensen, groot en klein. Ik heb de laatste paar maanden dansen geleerd en ik kan het al aardig goed. Dus, men is nooit te oud om te leren. Ik heb gisteren 20 boompjes rond ons huis geplant. We hadden nog helemaal geen bomen bij het huis en het ziet er toch leuk uit als je wat groen om je huis hebt. We willen weer veel graan en klaver zaaien. Ik hoop maar dat het goed opkomt en niet zoals vorig jaar door de hazen en konijnen wordt vernield. Ik heb wel 600 hazen en konijnen geschoten dus die kunnen geen schade meer berokkenen. Twee kippen zijn weer aan de leg, elke keer zo’n 20 eieren dus we krijgen weer jonge kippen. Ik wil zoveel mogelijk jonge kippen hebben want er worden er veel doodgebeten. We hebben er ook weer twee werkpaarden bij. Dus, nu hebben we er 8. Jonge en oude. Ik heb ze nog niet betaald. Ze kosten $25 maar dat moet wachten totdat ik weer geld krijg. We hebben al onze varkens geslacht. We hadden er vijf maar die eten zoveel, dat kunnen we niet voor ze kopen. Dus nu eten wij ze maar op, dat is beter. Eten en drinken hebben we genoeg. Geld niet want dat is een hele kunst om daarvan voldoende te krijgen. Ik wil nog duiven hebben. Als ik nu in Holland was zou ik ze stelen. Bij ons in de buurt zijn geen duiven, anders zou ik ze gauw hebben. Hier kan men makkelijker stelen dan in Holland. Vlakbij ons is een boer die wel 7000 koeien heeft. Daar kan men wel een kalf wegnemen. Dat geloof je toch niet, zevenduizend koeien. Dat is een heleboel. Maar hier in Amerika zijn wel boeren die twintigduizend koeien hebben. Hier is een rancher. Als je twee dagen en nachten met de trein gaat rijd je nog steeds langs die vent zijn land. Ze noemen hem veekoning. Hij heeft de meeste koeien. Meer nieuws heb ik niet”.

Sheepshead, 1916 “Ik woon nog steeds op dezelfde plaats maar ons postkantoor is verhuisd. Ik zou graag eens iets van de meisjes horen. Ik zou ze wel willen schrijven maar ik heb hun adres niet meer. Zou je me hun adres willen schrijven? De oorlog gaat maar door, nietwaar. Maar als de oorlog voorbij is kom ik terug. Dan kan ik vast wel een vrouw krijgen. Misschien is er wel een rijke weduwe voor mij. Dan kan ik er goed van leven. Maar we leven er nu ook goed van hoor. Ik heb deze maand een vette koe geslacht. Verder waren er 100 konijnen en ik heb een vos geschoten. Dat kun je in Holland niet doen want dan ga je levenslang de bak in. Hier trouwens ook hoor als ze het gewaarworden. Drie weken geleden lag er vijf voet (180 cm) sneeuw. Ik ben op jacht gegaan want de reebokken waren vlakbij ons huis. Vanwege de sneeuwstorm was al het wild de bergen afgerend. Ik heb zes reebokken geschoten. Een deel van het vlees hebben we in het zout gezet en er hangt vers vlees in de kelder. Dus we hoeven geen honger te lijden. We kunnen hier altijd aan vlees komen. Ik zou je hier weleens willen zien en dan kun je eens zien wat jagen is. Als een man in Holland met een haas of patrijs op zijn rug loopt dan noemen ze hem een jager. Zulk vlees willen wij helemaal niet meer eten. Toen hier vijf voet sneeuw lag heb ik in 1 dag tijd 17 hazen gevangen die allemaal dichtbij ons huis waren. Die geven we aan onze honden en katten. Kippen lusten trouwens ook vlees. Ik heb al zo vaak gezegd, als ze die in Holland hadden zouden ze lachen. Ik zou Bruno graag een paar huiden sturen maar dat is verboden. Ik weet niet waarom. Ik heb een wolven- en kattenvacht voor hem. Die dieren heb je nog nooit gezien. Ik heb voor $40 aan huiden verkocht en ik heb er nog wel 100 dus daar kan ik weer andere dingen voor kopen. We hebben twee paarden verloren. We hebben er nu nog vier en een veulen. We hebben op het ogenblik een artesian wel. Dat noemen ze in Holland een fontein. Daar komt 100 liter water per minuut uit. We proberen elke dag er meer uit te krijgen. Vandaag sneeuwde het weer. Als ik jullie niet vaker schrijf verleer ik het nog. Dit is de eerste keer dat ik schrijf in ik weet niet hoe lang. Maar het is mijn plicht om jullie te schrijven want ik heb jullie verlaten. Ik zal jullie wel vaker schrijven want dat is het enige dat we van elkaar te zien krijgen. Als we dood zijn kunnen we niet meer schrijven. Ik hoop dat jullie, broer en zuster, en jullie allemaal, het goed maken. Wat mezelf betreft, dat maakt me niet uit want ik heb niets en zal ook niets krijgen. Hoeveel geld heb je van de spaarbank kunnen krijgen. Het kan me niet veel schelen maar ik weet niet meer zeker hoeveel er was. Meer kan ik nu niet schrijven. Gegroet van Conraad Mijn adres is Mr. Conraad Müller Sheepshead Nevada USA Als je mijn adres zo schrijft komen ze altijd over”

En toen bleef het stil…..

“Truth will set you free”

Mijn moeder heeft mij regelmatig over haar oom Koenie verteld. Ze zei dan dat hij naar Amerika was gegaan, dat hij was gaan zwerven. Hij is de wildernis ingetrokken, zei ze dan,en nooit meer teruggekomen. Ik kon het verlangen in haar stem horen om ook de wereld in te trekken, net als haar oom. Haar verhaal en het feit dat de familie nooit heeft geweten wat er met Conrad, zoals hij zijn brieven ondertekent, is gebeurd hebben mij aangemoedigd om op zoek naar hem te gaan toen ik eenmaal met familieonderzoek was begonnen. Dat viel nog niet mee. Er was werkelijk niks over Conrad Müller te vinden.

Op een gegeven moment vond ik een registratiekaart WWI van hem d.d. 5 juni 1917 en we hebben natuurlijk de plaatsnamen van zijn brieven: Coalinga, Sand Pass en Sheepshead. Op een gegeven moment heb ik op facebook vragen gesteld over deze plaatsen, waar ze precies liggen e.d. en toen ging het snel. Neef Adam vond krantenartikelen waarin Conrad Müller werd genoemd. Die avond in februari 2020 doe ik de schokkende ontdekking dat hij op 17 augustus 1918 in koelen bloede is vermoord door een zekere Roy Mott en dat deze Roy Mott hiermee is weggekomen, dat hij voor deze moord niet is gestraft.

Ik vond en vind het verbijsterend. Voor mij is dit niet een spannend verhaal. Als je familieonderzoek gaatdoen, als je in de levens van je familie, je voorouders, duikt dan worden familiebanden aangetrokken en voelbaar. Na al die jaren dat Conrads familie geen idee had waarom hij nooit meer een brief had geschreven, waarom hij nooit meer op een brief van hen had gereageerd, vind ik hem terug, dood door moord, en rouw ik om hem en om wat onze familie is aangedaan. Het is mijn overtuiging dat wat zich in het verborgene van een familiegeschiedenis bevindt invloed heeft op die familie of je je daar nu bewust van bent of niet. En in die zin zie ik familieonderzoek, het repareren van gebroken draden, het dichten van gaten in het web, als een helingsproces. Of, zoals neef Don Hekman het samenvatte: “truth will set you free”.

Rest mij het eigendomsbewijs van zijn land te vinden, zijn overlijdensakte en zo mogelijk de plek waar hij is begraven.

Forgotten Nevada 17 maart 2020 – Question about archives Greetings from across the Big Pond (Netherlands). I’m Tinah Visser-Hekman from the Netherlands. I’m doing family history research. A Granduncle of mine has lived in Sand Pass. Could you tell me who to turn to. He owned land in Sand Pass. So, I wonder if the document of his ownership is still there. And I’m trying to figure out where he is buried. Is there a genealogical organization or other organization I could contact to try and find more info about him. Would be great to hear back from you. Thanks and all best, Tinah

“Do you have any idea what his name was and about when he lived there? There is nothing there now except for some wrecked buildings and some railroad equipment. Meanwhile, I’m attaching an article from 1914 which lists some of the locals. If he owned land there it would be recorded somewhere in the Washoe Count Recorders office. Let me know the approximate date and name if you have one. Thanks!” Bob

Zo begint het contact tussen Bob Frenchu van de website Forgotten Nevada en mij. Bob stuurt me krantenartikelen over de moord op Conrad en wijst me de weg naar organisaties waar ik navraag kan doen naar het eigendomsbewijs van Conrads land, zijn overlijdensakte en de plek waar hij is begraven. Ik heb contact met verschillende mensen van Washoe County, Nevada, en ook van San Joaquin, California, de plaats die op Conrads militaire kaart vermeld staat. De mensen zijn allemaal even behulpzaam maar kunnen tot op heden (mei 2021) niets vinden. Het probleem met het eigendomsbewijs is dat we daarvoor de achternaam nodig hebben van Conrads kameraad. In de brieven die ik heb heeft hij nooit een naam genoemd. Een laatste kans is mogelijk de namen van de vijf andere Nederlanders aan boord van de Altair, het schip waarmee Conrad in september 1907 in San Francisco is aangekomen. Misschien dat een van hen zijn kameraad is?? En dan de vraag waar hij is begraven. Het is op 18 maart 2021 dat ik een email van Bob ontvang: “So here is my thinking. When they arrested the murderer, they hauled him up to the Gerlach jail. So I’m thinking, they might have taken the body up there as well, and buried Conrad in the Gerlach cemetery. There is a closer cemetery at Flanigan, but I’m not sure I could locate it. Anyway, I’m going to take a trip up there this weekend and see if I can spot anything. I don’t know if Conrad had any family here, but, if they did, hopefully they didn’t cheap out on a grave marker and it’s still readable, if he’s there.” En zo gaan Bob en Luis van Forgotten Nevada op 20 maart 2021 op pad in een ultieme poging het graf van Conrad te vinden. Op hun Facebookpagina is hun reis te volgen aan de hand van de foto’s die ze daar plaatsen. Het raakt me diep dat twee mensen hun tijd en energie geven om “iets” van Conrad te vinden. Het voelt als het bewijzen van de laatste eer.

Als ik de uitkomst van die zoektocht ontvang, “No luck in finding Conrad”, heb ik er vrede mee en daalt er eindelijk een innerlijke rust in me neer. Een week later houd ik eindelijk de originele brieven van Conrad in mijn handen, een moment in de tijd waarop een cirkel rond komt.

Conrad, oudoom, Sand Pass mag dan deel uitmaken van Forgotten Nevada, u bent dat zeker niet. U bent deel van onze familie, een schakel in de keten die ons allemaal onlosmakelijk met elkaar verbindt. Als ik aan u denk zie ik hoe u in de bergen loopt, een man in de kracht van zijn leven genietend van zijn vrijheid. Maar ook een man die zijn familie weer wilde zien dus mogelijk ook momenten heeft gekend van eenzaamheid. Hoe het ook zij, met dit verhaal heb ik u weer thuis willen brengen, thuis bij ons, uw familie. En omdat ik u zie als een slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog – u leefde in een Amerika waar Amerikanen mensen met een Duitse achtergrond steeds meer waren gaan haten – is dit verhaal voor u mijn versie van de Last Post. Rust In Vrede

P.S. In de zomer van 2021 en de lente van 2022 is alsnog door verschillende mensen naar de overlijdensakte van Conrad gezocht. Uiteindelijk is gebleken dat er “gaten” in het archief zitten en dat akten uit de periode waarin Conrad is omgekomen ontbreken. Mijn grote dank gaat uit naar iedereen die een steentje heeft bijgedragen om informatie over Konraad Müller boven tafel te krijgen.

Dank je wel, Petra, voor de transcriptie van Conrads brieven, zodat ik ze kon lezen.

Dank je wel, Bob, voor je enthousiaste belangstelling en hulp vanaf het allereerste moment van mijn zoektocht naar Conrad. Dank je wel, Adam, voor je hulp bij de papierwinkel rondom Conrads overlijdensakte en bij het vertalen naar het Engels. Dank je wel, Jarko, voor je speurwerk en dank je wel, Melissa, voor de layout. Niet gemakkelijk om een Nederlandstalig stuk te bewerken als je Engelstalig bent.

P.S.

Vandaag, 5 november 2022, ontvang ik een Email van Bob Frenchu met een krantenartikel waarin het volgende te lezen is:

“Murder in Washoe
A few days ago Roy Mott shot and killed Conrad Muller, at the latter’s residence morth of Round Hole, Washoe County.

Mott claims he shot Muller because the latter is a pro-German, but investigation has disclosed nothing to prove this.

The shooting was witnessed by Muller’s wife.” 

Het lijkt erop dat we nog niet klaar zijn.

Foto’s www.forgottennevada.org www.blackcreekdesert.org

Bronnen Archief Gemeente Pekela Bevolkingsregister Sappemeer Brieven Conrad Müller Bob Frenchu van Forgotten Nevada Reno Gazette Journal Scheepsmanifest Altair

ENGLISH VERSION

The Last Post

Sand Pass, Washoe County, Nevada, United States of America Saturday, August 17th 1918

It is about 11AM. Conrad Müller, who has been working on his land from early in the morning is getting ready to go home. Home….That’s the piece of land he and his comrade bought here in Washoe County back in the summer of 1912.  At that time, 1912, he worked for a boss at Coalinga, California. To start out, they bought four horses, a cow and about 200 chickens along with tools for working the land. While his comrade left for Nevada, Conrad stayed behind at Coalinga to earn some more money for buying potatoes and such. The plan was to follow his comrade in April 1913 but it wouldn’t take him until March 1914 to do so.

It was hard work at their land but this wasn’t a problem for Conrad. “I’m good at gardening”, he wrote to his brother Johann (my grandfather). “That’s what I’ve learned. I can make money with that. And maybe I can come across and see you all again.” Hunting is needed to provide themselves with meat. Conrad loves hunting. With pride, he tells his brother what animals he’s shot or caught. Picture him: a tall man with blue eyes and light brown hair, moving at a long and athletic pace up into the mountains and back down again with a deer or some other animal on his back. Maybe he walked back home at that same pace, that day in August 1918 when on his way home he passed the ranch of the Mott family.

Why he walked towards the Mott’s house that day we will never know. Conrad, born and raised in the Netherlands by German parents has found himself in a WWI America when German immigrants and Americans have become more and more one another’s enemies. Roy Mott claimed Conrad to be pro-German and therefore felt threatened by him. Whether this is all true we don’t know for sure. What we do know is that Conrad walked up to the Mott’s house unarmed and that Roy Mott opened the door shooting Conrad right through the heart. On August 17, 1918 my granduncle Konraad Müller (Conrad Muller) was murdered, only 31 years old. His family never knew. No more letters from him arrived, no letters from them were answered. Their son, brother  and uncle had simply disappeared into the wilderness.

The Family

Konraad Müller was born on November 26, 1886 in Sappemeer, Groningen, Netherlands, the fourth child of Folkert Müller and Anna Focken. Both of his parents were born in Leer, Eastfrisia, Germany. On October 24, 1880 they were married in Leer and it was there the two oldest sons, Brune Conrad and Johann, were born. November 9, 1883 the family moved to Sappemeer, Netherlands. December 31, 1883 they were registered at Noordbroeksetrstraat (buiten de kom) at Sappemeer. The other eight children were all born there as well, two of whom stillborn. Father Folkert earned a living as a papermaker. Of mother Anna we don’t know much but I can imagine she had busy times with her household and raising the children. December 13, 1901 the family moved to Oude Pekela, Groningen, where Folkert still at work as a papermaker. It was here that mother Anna died February 23, 1904 and was buried at the General Cemetery.

 From then on, I have the feeling the family began to fall apart. Folkert Müller Sr. left Oude Pekela May 17, 1910, returning to Germany and settling in Dortmund. Only one year later he resurfaces again in Emden. In 1921 we find him in Oldenburg working as a concierge. Folkert sr. died in Oldenburg, in 1939.

We know for certain the daughters lived in Oldenburg. We visited my grand aunts regularly there and one of them, Maria, visited us often in the Netherlands. The sons stayed in the Netherlands except Konraad.

The oldest, Brune Conrad, married Aachtje Kremer in 1905, and the couple settled n Sappemeer.

It is here that five of their children were born. Brune was earning a living as a carpenter. In 1914 they lived in Hoogkerk where their daughter Klasina was born. Now Brune is a construction supervisor. October 9, 1916 the family moved to Voorburg, a place near The Hague where another three children were born. Brune’s profession as listed on his registration card is expert in construction work. He was the supervisor during the construction of the old hospital at Leiden. He was employed at the BAM, a large building/constructing company in the Netherlands. It’s remarkable how often the family moved in the years to come, something we see happening with some of the other children and with Brune’s brother Folkert Jr.  as well. This may have been due to their work. One lived where they had work even if this meant changing addresses over and over again, even in the same village. Brune and Aachtje have discovered the sadness and sorrow of losing three children. One son died at the age of four while they lived at Sappemeer. Many years later they lost another son, Folkert, of 50 and daughter Anna of 63 years old. After Aachtje Kremers death in 1970 Brune had to deal with another loss as well. In 1971 his son Berend died of cancer. Brune himself died in 1975, 94 years old.

Johann, my (Tinah’s) grandpa, lived from August 1901 to November 1905 at Vries, Drenthe, Netherlands. He lived with a certain Jan Harmsen who was a smith and grandpa certainly was there to learn this profession from him. In November 1905 he went to Oude Pekela where his Dad still worked as a papermaker. In 1910 Johann, together with his brother Folkert Jr., possibly moved to Slochteren. On opa’s marriage certificate (1912) we read that his brother Folkert was present as a witness living at Slochteren. Also, an uncle of Johann was present as a witness: his father’s brother Conrad who also lived at Slochteren. It is possible that grandpa and his brother Folkert moved to Slochteren to live with their uncle when their father returned to Germany in 1910. Grandma also lived in Slochteren and the two may have met this way. After their marriage they settled in Sappemeer where their three children were born, one of them being my mother. Grandpa had his smithy and grandma her shop. I will write a separate story about my grandfather, later.

From Folkert Jr. we know that he lived at Slochteren in 1912.

October 9, 1916 he also moved to Voorburg. He was a concrete work contractor. In 1921 he showed up at Ede, Gelderland, and after his marriage with Neeltje Deurlo in the summer of 1921, he returned to The Hague where their son Folkert III was born that same year on December 28. In 1935 the Müller-Deurloo family still lived at The Hague. They would stay there until 1969, the year Neeltje Deurloo died. Their son, Folkert III, had moved to Zevenaar. So, after the death of his wife Folkert built a house next to his sons house where he went to live in 1970. In 1981 Folkert died at the age of 91.

Brother Hinderk returned to Sappemeer on May 17, 1910. October 1920 he registered at Ede, Gelderland. In 1924 he married Kunnechiena de Keizer. They lived the rest of their lives at Ede. Their daughter Giene visited my mother regularly, always there for her birthday. Unfortunately I wasn’t involved in researching our family history yet otherwise I would have paid better attention and asked questions. To be honest, for a long time I thought Giene was my mother’s cousin from her Knapper family, the family of my grandmother. Well, this turned out not to be the case and now it’s too late to get answers to my questions. Trying to get in contact with Giene’s sons has failed up until now.

The Adventurer

April 27, 1907. The Altair under Captain Hughes sailed from Rotterdam in heavy weather.

The cargo exists of 12,000 casks of cement and 1,522,000 kilos of coke. The Altair is a four-master built in 1890 on the shipyard of Potter & Sons in Liverpool for the Ship Company Boyes and Ruyter in Bremen. The ship carries the English flag though, due to being sold before April 27 to Lewis, Heron & Co. in London. After departure from Rotterdam the wind increased in fury until April 29, and from that date until May 4 the Altair was battered by gales. The decks were swept repeatedly and the tarpaulins were washed off No. 4 and No. 5. Steam pipes were broken and general havoc wrought about the deck, but the most serious damage was caused by the loss of the bolts from the horseshoe plate around the stern. On May 1 the ship was found to be leaking, with nine inches of water in the hold. With the help of the pumps the leak, which could not be located, was held in check. The horseshoe plate was sealed on the inside with cement and the pumps reduced the water in the hold to six inches. The Altair is a steel ship and the fact that the leak did not prove more serious was due largely to the good judgment and resourcefulness of Captain Hughes. On June 13, a terrific squall from the northwest blew away six sails and inflicted other damage. On June 29 a heavy sea came over the starboard quarter and carried away one of the ship’s chronometers. The fore and aft bridge was swept out on July 1 and on July 6, in a southwest gale, the compass bridge was also carried away. Another gale was encountered July 9. During the storm the fore-topgallant yard got adrift and damaged the fore-topgallant badly before it could be secured. After 144 days the Altair reached the port of San Francisco, battered and leaking.

One of the sailors on board was Conrad Müller. With $30 in the pocket he went ashore to disappear from the radar thereafter. In the ship’s manifest he was marked “Deserter”. This happened very often, that people who could not afford to pay for a ticket, boarded as sailors, entering the United States without being registered. The ships that transported these people were called Tramp Steamers. Very often it is quite difficult and even impossible to trace these people. Finding the Altair’s ship manifest with Conrad’s name on it is a true miracle.

For Conrad, what happened between September 1907 and May 1912 we don’t know but there was contact with his family in the Netherlands. Otherwise Conrad could not have known about the marriage of his brother Johann on May 25, 1912. In his letter dated May 24, 1912 he wrote: “Dear Brother, I’ve received your letter and I have read that you will marry tomorrow. For you it will be a day full of festivities. I also received letters from Berend and Folkert. Berend also sent me a portrait of his children. Well Johan, you shouldn’t get that many children (4 and one on its way). That’s far too many. One or two is enough.” This letter was written in Coalinga, California. In the summer of 1912 another letter from Coalinga comes in to Sappemeer. In this letter, Conrad tells his brother that he, together with his comrade, has bought a large piece of land of 5,280 square feet = one square mile. “We have bought four horses, a cow and about 200 chickens. Also all the tools we need for working the land. My comrade will go and work on our land while I will stay in Coalinga to earn some extra money. I will join him April next year.” However, it wouldn’t take Conrad until March 1914 to finally join his comrade at Sand Pass, Washoe County, Nevada.

“Home means Nevada” Home means Nevada, Home means the hills, Home means the sage and the pine. Out by the Truckee’s silvery rills, Out where the sun always shines…

These are lines from the song written and composed by Bertha Rafetto and adopted by Nevada in 1932 as it’s state anthem. The Spanish word “nevada” translates to “snow-capped,” a seemingly peculiar name for a state famous for it’s deserts and arid climate. The state was most likely named after Sierra Nevada, a snow-capped mountain range according to Dr. Green on February 19, 2020.

Letters from Conrad to his brother Johann (my grandfather)

Sand Pass, June 8, 1914

Dear Brother and Sister, I can let you know that I’m still in good health. I hope the same for you. I haven’t written in a long time and thought it would be good for you to hear something from me. I’m working on my own land now. I’ve been here since three months. We have planted 50 bags of potatoes and have sewn 2 bags of corn among other things. We will see what we can get from it but I’m my own boss now and that’s worth something, right? I can work the way I want. I’ve been hunting the whole week and have tried to catch a few young roebucks. But that’s not easy. They are so quick. The old ones I can shoot. I sent you a postcard with my comrade and me on it with a roebuck on our backs. Looks nice, right? But, if you have to carry them 3 or 4 hours up and down the mountain it is hard work I can tell you. They weigh 130 to 190 pounds. Yesterday I was out alone and shot nine wild chickens. They are big beasts between 8 to 9 pounds each. Yes boy, we eat nothing but wild. We never buy meat. A few days ago I caught a fox. I had him at his neck and then he gripped my finger and almost bit it off. But I have beaten him to death. My finger isn’t okay yet. Well Johan, we should have been here when we were still young mischievous boys. Then we could have caught birds and other animals. But don’t take it wrong. It is hard work to get them, to climb the high mountains. Tomorrow I’ll go out again, for I want to have a few of those roebucks. To do so I have to climb 3,000 feet up into the mountains what is pretty high I can tell you. Sometimes I take my dog with me and then leave at 5 in the morning and return late at night. Or, I stay out the whole night and come back the next day. This is all for now. Well, write me back some time and then tell me about your wife and little girl. Greetings from your brother Conrad

Sand Pass, July 28, 1914

I’m still working on my own land but I don’t expect to make much money this summer. Well Johan, I would like to hear from you. I have diamonds here that I would like to be cut. So, if you would want to send me a message, then I can send you a box full of them and you can cut one or two and maybe we can make money from it. It won’t cost much to have them cut, 5 or 6 cents each, I believe. Once I had a paper from Amsterdam with prices but I’ve lost it. Could you send me Bruno’s address? I’ve written him around last Christmas but haven’t heard anything from him. (Note from Tinah: Conrads brother Bruno had moved from Sappemeer to Hoogkerk)

Sand Pass, October 24, 1914

I have received your letter in good health. I have sent the diamonds, or “stones” as we call them, to you. Just cut a few and then you can set them in a ring or something like that. When you have them cut, ask for the name of these stones. And ask what the costs are to have them cut. Give a few to Bruno as well. Who knows what money we can make from it. I have a full bag here. Today I’ve been hunting and shot 12 wild chickens and four rabbits. Those wild chickens are almost as big as turkeys. There are a lot, hundreds here in the woods. They weigh about 7 to 9 pounds each. I had 65 pounds of meat, enough to eat for a few days. We eat a lot of meat. Last week we had 82 pounds and today it’s all gone. So you see, we eat well. I also saw 8 roebucks but I had the wrong gun with me, otherwise I would have taken a few of them as well. We have to take care of filling our containers with meat for the next summer. Hunting during the winter doesn’t work that well. I have read that you would like to come across too. That’s what I would really love too. But I can’t promise you that you can earn a living here. At the moment it’s very bad here due to the war. But if you would have enough money to come across and would have a few hundred dollars extra, you could build a house on our land. I would look for work for you but I haven’t money myself. Thats fine, I’m not worried about that at all. You are a good smith so you could earn $5 a day here which is 12,5 guilder. With a bit of luck you could make good money here. We got another foal. It’s only one month old. So in about 3 or 4 years we will have a good workhorse.

Sand pass, Washoe Co., Nevada

P.S. You asked if you could collect my savings from the bank. Yes boy, just do that. I would like to see that happen.

Sand pass, February 28, 1915

I’ve received your letter in good health and also the portrait of your daughter. It’s a beautiful young girl. Everybody says that she is a nice girl. You certainly will be happy with her. I think I should come across and get me a wife too, for there are not much around here. And those who are here are too young for me or, not too young for me but I’m too old for them. After the war there will be girls and widows in Germany, for I’ve read in the newspaper that already 2 million men are shot and killed and that’s a lot. I’m happy I am here. If I wouldn’t have been here yet I would have arranged to get here very quickly, for I want to live for a lot more years to come. I don’t fight for my homeland. That job I gladly give away to others. The only thing that will come from it is sadness. I’ve already caught 36 wolves now and 7 wild cats. Yesterday I caught a cat of 83 pound. Those are big ones, you know. They easily tear apart a sheep. I was ploughing with 6 horses on the plough but it’s too wet. It is raining today. And because I couldn’t plough, I thought I would write you. We had a big dance party here in the house. We had a lot of fun. Throughout the whole night we had 73 people here, young and old. During the past months I’ve learned to dance and I’m already quite good at it. So, one is never too old to learn. Yesterday I planted 20 trees around the house. We didn’t have trees near the house at all and it looks nice when you have some greenery by the house. We want to sew a lot of grain and clover again. I hope it will work out fine and that it won’t be destroyed by hares and rabbits like last year. I think I’ve shot about 600 hares and rabbits so those can’t do any harm anymore. Two chickens are laying eggs again, 20 each, so, we will have a lot of young chickens again. I want to have a lot, since many are bitten to death. We also have two more horses. So now we have 8. Old and young ones. I haven’t paid them yet. They cost $25 but that has to wait until I have some money again. We slaughtered all our pigs. We had five but they eat so much. We can’t buy that much food for them. So now we eat them, that’s better. We have no lack of food and drink. Lack of money though. You have to be clever to get some. I want to have doves. If I were in Holland now I would steal them. There are no doves around here otherwise I already would have some. Its easier to steal here than it is in Holland. Near us is a farmer who has 7,000 cows. No problem to take away a calf from there. Can you believe it, seven thousand cows. That is a whole lot. But here in America there are farmers who have twenty thousand cows. There is a rancher here. When one goes by train two days and nights you’re still riding along that guy’s land. They call him Cattle King. He has the most cows. No more news for now.

Sheepshead, 1916

I still live in the same place but our post office has moved. I would like to hear something from the girls. I would like to write them but I don’t have their addresses anymore. Could you send me their addresses? The War is still going on, right. But when it’s over I’ll come back. I guess I will be able to get a wife by then. Maybe there will be a rich widow for me and I will have a good life. But we have a good life now too. This month I’ve slaughtered a fat cow. Besides, there were 100 rabbits and I’ve shot a fox. That’s something you can’t do in Holland, you would go to jail for the rest of your life. Here too, by the way, if they catch you. Three weeks ago we had 5 feet of snow. I went hunting because the roebucks were near our house. Due to the snowstorm, the wild had come running down from the mountains. I shot six roebucks. A part of the meat we’ve set in salt and fresh meat is hanging in the cellar. We won’t go hungry. We will always have meat here. I would love to see you here and then you could see what hunting really is. When a man in Holland walks with a hare or partridge on his back they call him a hunter. That sort of meat we won’t eat anymore. When we had 5 feet of snow here I caught 17 hares, all near our house, in one day. We give that meat to our dogs and cats. Chickens like meat as well. I’ve said very often if they had this in Holland they would have a good laugh. I would like to send Bruno a few hides. But thats forbidden. I don’t know why. I have hides from a wolf and a cat for him, animals you’ve never seen. I have sold hides for $40 and I’ve hundreds more. So I can buy other things for that again. We have lost two horses. There are four left now and a foal. At the moment we have an artesian well. In Holland they call it a fountain. It gives 100 litres of water a minute. Each day we try to get more from it. Today it snowed again. If I don’t write you more often, I forget how to do it. This is the first time in I don’t know how long that I write you. But it’s my duty to write you, for I’m the one who left you. I will write you more often because that’s the only thing we will see from one other. When we’re dead we can’t write anymore. I hope that you, brother and sister, and all of you are in good shape. For myself I don’t mind, for I have nothing and won’t have anything. How much money did you get from the bank? I don’t mind but I’m not certain how much it was. I have no more to write now. Greetings from Conraad

My address is Mr. Conraad Müller Sheepshead Nevada USA

If you write my address like this they will always arrive

And then there was silence…..

“Truth will set you free” My mother regularly told me about her uncle Koenie and how he ventured to the United States. “He went into the wilderness”, she said, “He wandered through the wilderness and never came back again.” I could hear a yearning in her voice to travel the world herself, like her uncle. Her story and the fact that the family has never known what happened to Conrad has encouraged me to go and search for him once I started exploring our family history. That was not an easy task. There was nothing to be found about Conrad Muller.

At a certain moment though, I found his Registration Card for World War I dated June 5, 1917. Of course we knew the names of the places he had lived from his letters: Coalinga, Sand Pass and Sheepshead. I asked questions on Facebook about these places, where they were located etc. Then, suddenly, it went fast. Cousin Adam found newspaper articles in which Conrad Muller was mentioned.

That evening February 2020 I got the shocking news that Conrad Muller had been murdered August 17, 1918 by Roy Mott and that this Roy Mott was not punished for his crime. For me this was and remains devastating. For me this is not an exciting story. When one sets out on an ancestral journey and starts digging into the lives of the family and of one’s ancestors, family bonds are no longer abstract. One may start to feel them and this is exactly how I experience it. After all those years that Conrad’s family didn’t have a clue about why he never wrote a letter again, why he never responded to a letter from them, I find him dead through murder. And I mourned for him and for my family for what has been done to them. I believe that what is hidden in a family’s history has influence on that family whether they are aware of it or not. From that point of view I see family research – repairing broken threads, weaving them back into the web, making visible what was hidden – as a healing process. Or, as cousin Don Hekman puts it: “truth will set you free”. This leaves me at this point to find the ownership document of his land, his death certificate and the place where he was buried.

Forgotten Nevada March 17, 2020 – Question about archives Greetings from across the Big Pond (Netherlands). I’m Tinah Visser-Hekman from the Netherlands. I’m doing family history research. A grand uncle of mine has lived in Sand Pass. Could you tell me who to turn to. He owned land in Sand Pass. So, I wonder if the document of his ownership is still there. And I’m trying to figure out where he is buried. Is there a genealogical organization or other organization I could contact to try and find more info about him? Would be great to hear back from you. Thanks and all best, Tinah

“Do you have any idea what his name was and about when he lived there? There is nothing there now except for some wrecked buildings and some railroad equipment. Meanwhile, I’m attaching an article from 1914 which lists some of the locals. If he owned land there it would be recorded somewhere in the Washoe Court Recorders office Let me know the approximate date and name if you have one. Thanks!” Bob

This is the first contact between Bob Frenchu from the website Forgotten Nevada and me. Bob has sent me newspaper articles about the murder and has shown me the way to organizations where I could ask for the ownership document of Conrad’s land, his death certificate and the place where he’s buried. I’ve contacted several people in Washoe County, Nevada, as well as in San Joaquin, California, the place mentioned on Conrad’s military card. They are all very willing to help but up until now (May 2021) nothing has been found. The problem is that to find the ownership document we need to know the last name of Conrad’s comrade. There is no registration on Conrad’s name. The letters I have do not mention the name of his comrade. Last chance might be to check the other Dutch “Deserters” from the Altair, the ship on which Conrad arrived at the United States back in 1907. One of them might be his comrade. During writing this story (2021) I’m still waiting for an answer from San Joaquin, California, as to his death certificate. And then the third question about his burial place.

March 18th 2021 I receive an email from Bob: “So here is my thinking. When they arrested the murderer, they hauled him up to the Gerlach jail. So I’m thinking, they might have taken the body up there as well, and buried Conrad in the Gerlach cemetery. There is a closer cemetery at Flanigan, but I’m not sure I could locate it. Anyway, I’m going to take a trip up there this weekend and see if I can spot anything. I don’t know if Conrad had any family here, but, if they did, hopefully they didn’t cheap out on a grave marker and it’s still readable, if he’s there.

Photo: Final Search Grave

And so Bob and Luis from Forgotten Nevada go on a trip March 20, 2021 in an ultimate try to find Conrad’s grave. On their Facebook Page we can follow their journey through the pictures they post there. It moves me deeply that two people give their time and energy to find “something” of Conrad. It feels like paying him last respects. When I receive the outcome of this search, “No luck in finding Conrad,” I’m totally at peace with it.

One week later I’m finally holding the original letters of Conrad in my hands, a moment in time of something coming full circle.

Conrad, Grand Uncle, Sand Pass may be part of Forgotten Nevada now, you certainly are not. You are part of our family, part of the chain that connects us all. When I think of you I see you hiking in the mountains, a man in the strength of his life enjoying his freedom. But also a man who wanted to see his family again and might have known moments of loneliness. With this story I want to bring you back home again, home with us, your family. And since I see you as a victim of World War I – you lived in an America where Americans had started to hate people with a German background more and more – this story for you is my version of the Last Post. May You Rest In Peace.

P.S. During the summer of 2021 and spring of 2022 more people have been searching for Conrads Death Certificate. Finally it became clear that the time window Conrad died is missing in the archives. I thank each and everyone for contributing to this story, to get this story as complete as possible.

Thank you, Petra, for transcribing Conrads letters so that I could read them.

Thank you, Bob, for your enthuastic interest and help from the very first moment of my search for Conrad. Thank you, Adam, for helping me out with the paperwork around Conrads Death Certificate and for editing the English version of this story. Thank you Jarko for all your help and Thank you, Melissa, for the layout, not an easy thing as it comes to the Dutch version.

Tinah – August 2022 Velsen-Noord, Netherlands

P.S.

November 5, 2022

Today I receive a snippet from Bob Frenchu with the following information:

“Murder in Washoe
A few days ago Roy Mott shot and killed Conrad Muller, at the latter’s residence morth of Round Hole, Washoe County.

Mott claims he shot Muller because the latter is a pro-German, but investigation has disclosed nothing to prove this.

The shooting was witnessed by Muller’s wife.” 

It sounds like another mystery is knocking at my door.

(Source for article above: Carson City Daily Appeal. (Volume) (Carson City Nev.) August 26, 1918)

Photo courtesy

www.forgottennevada.org www.blackcreekdesert.org

Sources Archive Pekela Municipality Birth Certificate Registration Sappemeer Letters Conrad Müller Bob Frenchu from Forgotten Nevada Reno Gazette Journal Shipmanifest Altair

HET KADO VAN MIJN MOEDER

Uitgelicht

Posted by Dochter van het Noorden in Müller

≈ 6 reacties

Een vlucht ganzen bij zonsondergang

“Moon and sun were connected with record-keeping and genealogy for they, from the very beginning, have witnessed the entire flow of human history. Ancestor reverence was seen as very important and genealogy as a sacred task” From: The Thread of Time

Honderdvijf jaar geleden is mijn moeder geboren, wat een verrijking voor de wereld was dat. Nee, ik ga haar niet beschrijven. Naast alles wat ik over haar zou vertellen zou nog zoveel onbenoemd blijven. Daarmee zou ik haar ernstig te kort doen.

Het was in de negentigerjaren van de vorige eeuw dat mijn moeder ons, mijn zus en mij en ook mijn vader en haar zelf een papieren document gaf waarop onze stamboom stond geschreven, de Hekman stamboom wel te verstaan, dus de familie en voorouders van mijn vader. Tevens kregen wij het bijbehorend familiewapen. Mijn moeder vond het belangrijk dat we wisten wie onze voorouders waren, met wie wij een familie vormen.

Van haar eigen familie was destijds maar weinig bekend. Een neef was wel met een stamboom bezig maar daar hebben we nooit veel over gehoord. Het was pas begin 2020 dat ik het werk van deze neef ter inzage toegestuurd kreeg en tot mijn teleurstelling heb moeten vaststellen dat hij nog niet zo ver gekomen was.

Misschien is het kado van mijn moeder uit de negentigerjaren, samen met een spannend familieverhaal, voor mij wel de aanzet geweest om zelf op zoek te gaan.

Sinds de zomer van 2016 houd ik me intensief bezig met familieonderzoek, met onze stamboom en familiegeschiedenis. Vooral dit jaar houd ik me in het bijzonder bezig met de stamboom van mijn moeder. Wat had ik dit graag met haar willen delen.

Het was niet makkelijk informatie te vinden, zeker niet uit het nabije verleden. Maar dit jaar kwam er toch veel boven water.

Het begint al meteen op 1 januari 2020. Ineens vind ik heel veel informatie over de familie van mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn opa, mijn moeders vader. Ook van mijn overgrootvader komt veel te voorschijn als ik maar terug ga in de tijd en niet probeer te ontdekken wat er met mijn oudooms en oudtantes is gebeurd.

Mijn moeders familie heeft overduidelijk haar wortels in Oostfriesland. Nu liggen Oostfriesland en de provincie Groningen vlak bij elkaar en heel vroeger liep er geen grens tussen wat wij nu Duitsland en Nederland noemen. Het karakter van de Oostfriezen herken ik wel, in mijn moeder maar ook in mijzelf en in mijn zus.

Mijn moeder had een sterke wil en een vrije geest, onafhankelijkheidszin. Onrechtvaardigheid was iets dat ze niet kon verdragen. Eigenschappen trouwens die ik ook in mijn vaders familie terug vind, doorzettingsvermogen en een ondernemersgeest, bij mannen en vrouwen.

Het moet niet makkelijk voor mijn moeder zijn geweest, in haar tijd, die drang naar onafhankelijkheid. Vaak had ze het over haar oom, oom Koenie, die naar Amerika was gegaan. Hij was de wildernis ingetrokken en nooit meer teruggekeerd.

Als ze daarover vertelde kon ik het verlangen in haar stem horen om ook zelf de wereld in te trekken. In plaats daarvan was ze gebonden aan een leven als echtgenote, meewerkend in de zaak, kinderen opvoeden, het huishouden doen, wat ze trouwens allemaal met alle liefde heeft gedaan.

Toen ze 65 werd, destijds de leeftijd waarop je met pensioen ging, is ze gestopt met werken in de zaak. Ze had veel hobby’s, een brede belangstellingssfeer en daar ging ze haar tijd aan wijden. Haar tuin was haar lust en haar leven en in de latere jaren, na de dood van mijn vader, heeft ze nog reisjes ondernomen binnen Europa en is ze dus toch nog een beetje de wereld ingetrokken.

Vandaag, 11 oktober 2020, is het 105 jaar geleden dat mijn moeder geboren werd.

Bij onze voorouders in Noord- en Noordwest Europa was het de gewoonte dat meisjes tijdens de ceremonie waarin ze in de kring van vrouwen werden opgenomen hun afstammingslijnen te horen kregen, te beginnen met die van hun moeder want die was het belangrijkste. Dat kon mijn moeder mij niet geven. Ze kende haar familielijn zelf immers niet. Maar ze gaf me wel de familielijn van mijn vader en plantte daarmee het zaadje voor het werk dat ik nu doe.

In 2009 heb ik mijn DNA laten testen op mijn moederlijn en in september 2020 heb ik in de stamboom het spoor van mijn voormoeders gevolgd. Tien jaar geleden kon ik slechts twee namen noemen, die van mijn moeder en die van mijn oma. Nu kom ik tot tien.

Het bijzondere dat ik hierbij tevens heb ontdekt is dat de negende voormoeder een verbindingslijn heeft met een Hekmanlijn, een tak van onze Hekmanfamilie die we onze neven kunnen noemen.

Als ik de draad van mijn moederlijn in de stamboom weef word ik geraakt door het besef dat de allereerste vrouw, onze oermoeder, onze hele familie omarmt, moederlijn en vaderlijn.

En in dat welhaast magische moment ontvang ik alsnog mijn uitgestelde ceremonie.

Archief

  • april 2023
  • november 2022
  • oktober 2020
  • februari 2020
  • december 2016
  • maart 2016

Focken Igor Müller

Tags

Conrad Müller geleidehond seeing eye dog

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Voeg je bij 2 andere abonnees

Blogroll

  • Dagboek van Margarethe Wirringa, kleindochter van Anke Syntken Focken
  • Dochter van het Noorden (where all Blog Sites come together)
  • Forgotten Nevada – Exploring Nevada So You Don't Have To! Descriptions of and directions to forgotten ghost towns and mining camps of Nevada. (Bob Frenchu & Luis Ramirez)
  • Hekman Connected (Blog over de Hekman Families, mijn vaderslijn)
  • Verzetsman Kornelus Baas *1893-1943) (WW2)
  • Virtual Cemetery Focken / Fahnster / Engelman(n) / Rabenberg
  • Virtual Cemetery Müller / Knapper

Blog op WordPress.com.

  • Abonneren Geabonneerd
    • Mijn Oostfriese Roots
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Mijn Oostfriese Roots
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....